SPF Informatiesessies 2026

SPF Informatiebijeenkomst 2026 beschikbaar

In april en mei 2026 sprak het bestuur van SPF tijdens de algemenene ledenvergaderingen van VGSE en VG-SIP. Tijdens deze bijeenkomsten werd er stilgestaan bij de weg naar Pensioen27, waaronder het verleden, heden en de toekomst.

Kon je er niet bij zijn? Niet getreurd. De volledige presentatie van de algemene ledenvergadering van de VGSE op 28 april in Stein, gepresenteerd door Math Peeters, Giselle Verwoort en Jacques Slabbers, is nu beschikbaar als video-opnames. Meer over deze video's vind je hier:

SPF informatievideo: Bijeenkomsten voor pensioengerechtigden (Klik vervolgens op het video-onderdeel naar keuze)

Ook hielden we de jaarlijkse deelnemersbijeenkomsten bij SABIC in Bergen op Zoom en Geleen. Op deze pagina vind je een slideshow van de gegeven presentatie:

SPF informatievideo: Bijeenkomsten voor actieve deelnemers

Lees meer ...

SPF informatievideo: Bijeenkomsten voor pensioengerechtigden – Opname van de algemene ledenvergaderingen VG-SIP en VGSE (opname van VGSE op 28 april, Stein)

Bekijk de video-opname per onderdeel:
Verkoop onderdelen van SABIC
Toeslag over 2025
Stand van zaken Pensioen27
Hoe gaan we van oud naar nieuw?
Vragen

Verkoop onderdelen van SABIC
Toeslag over 2025
Stand van zaken Pensioen27
Hoe gaan we van oud naar nieuw?
Vragen
 
   
   
   


Lees mee:

Lees meer ...

Informatievideo voor actieve deelnemers 2026

Lees mee

Kon je niet bij de deelnemersbijeenkomst zijn die eind die eind april en begin mei zijn gehouden in Bergen op Zoom en Geleen? Als je deze slideshow bekijkt, ben je weer helemaal bij over de ontwikkelingen rond het nieuwe pensioen, het Pensioen 27. Mijn naam is Armin, ik leid je samen met Annemiek namens het bestuur van SPF door de slides heen.

Lees meer ...

Aan de orde komen

-             De invloed van de verkoop van onderdelen van SABIC op jullie pensioen,

-             De mijlpalen uit het verleden, heden en de toekomst om op 1 januari twintigzeventwintig over te gaan naar het Pensioen27

-             Hoe we je huidige pensioen laten opgaan in het nieuwe pensioen, en

-             Wat dit uiteindelijk voor jouw pensioen betekent.

Een belangrijke gebeurtenis voor SABIC was natuurlijk de aankondiging van de verkoop van Innovative Plastics BV aan Mutares en de verkoop van Limburg en Europe BV aan AEQUITA. Dat zijn private equity partijen, gevestigd in München.

De vraag is of die verkopen ook effect hebben op SPF en op jullie pensioen bij SPF.

Overgang naar Annemiek, wat kan jij daarover zeggen?

Mutares en AEQUITA hebben de intentie is uitgesproken om de pensioenregeling van de betrokken medewerkers ongewijzigd voort te zetten bij ons fonds, met dezelfde premie. Maar dat moet de komende tijd allemaal nog wel officieel bevestigd worden.

Voor het pensioenfonds is belangrijk dat deze intentie snel wordt omgezet in een formele bevestiging zodat we weten dat het deelnemerbestand in 2026 niet ingrijpend wijzigt. Anders moet het bestuur namelijk opnieuw kijken naar de evenwichtigheid van de overgang naar het nieuwe pensioen en dat zou tot vertraging kunnen leiden bij de overgang naar het nieuwe pensioen. En dat willen we niet.

Ook is belangrijk dat de kopende partijen het verzoek tot voortzetting van het pensioen doen, voordat de verkoop gerealiseerd is. Anders mogen wij van de wet het pensioen niet langer uitvoeren.

Dit is allemaal bekend bij de betrokken partijen en er wordt aan gewerkt om dit allemaal goed te laten verlopen.

Dan gaan we er voorlopig dus van uit dat het pensioen van de bij de verkoop betrokken werknemers in ieder geval niet door die verkoop geraakt wordt.

Dan kunnen we nu stilstaan bij wat er allemaal het afgelopen jaar is gebeurd om tot het nieuwe Pensioen27 te komen. Waar staan we nu, en wat moet er nog gebeuren?

Annemiek kan jij dit toelichten?

Het hele traject begon met gesprekken tussen de vakbonden en de werkgevers over het nieuwe pensioen al in 2023. Na uitoefening van het hoorrecht van gepensioneerden en raadpleging van de achterban van de vakbonden, leidde dit op 2 mei 2025 tot een zogenaamd transitieplan. Daarin staat hoe de werkgevers en de vakbonden willen dat de nieuwe pensioenregeling eruit komt te zien, dat er een premiecompensatieregeling komt en dat ze willen dat het huidige pensioen opgaat in het nieuwe pensioen. Dat laatste noemen we ook wel invaren.

Dat transitieplan gaven de werkgevers en de vakbonden aan het bestuur van het pensioenfonds met het verzoek om dit allemaal uit te gaan voeren. Het bestuur toetste of het plan voldeed aan de uitgangspunten en doelstellingen van het bestuur en of het transitieplan evenwichtig uitpakte voor iedereen die een pensioen heeft bij het fonds. Dat leidde begin december 2025 tot een voorlopig besluit van het bestuur. Dat voorlopige besluit ging voor advies naar het VO en daarna voor goedkeuring naar de Raad van Toezicht. Na positief advies en goedkeurend besluit kon het bestuur eind januari 2026 het definitieve besluit nemen om aan de verzoeken van de sociale partners te voldoen.

Kort samengevat is er dus door veel verschillende organen en vanuit allerlei verschillende invalshoeken gekeken of we zorgvuldig en voor iedereen op een eerlijke manier overgaan naar het Pensioen27.

Maar ik begreep wel dat gedurende dit proces het oorspronkelijke verzoek uit het transitieplan van sociale partners is bijgestuurd. Kan je daar wat meer over vertellen?Ja dat klopt. Het bestuur moest dus toetsen of de wensen van sociale partners pasten bij de beleidsuitgangspunten en de transitiedoelstellingen van het bestuur. En daar kwam nog bij dat de uitleg van wet- en regelgeving door de Nederlandsche Bank steeds duidelijker werd en dat het bestuur ook moest toetsen of hun standpunten pasten bij de wensen van sociale partners.Ja dat klopt. Het bestuur moest dus toetsen of de wensen van sociale partners pasten bij de beleidsuitgangspunten en de transitiedoelstellingen van het bestuur. En daar kwam nog bij dat de uitleg van wet- en regelgeving door de Nederlandsche Bank steeds duidelijker werd en dat het bestuur ook moest toetsen of hun standpunten pasten bij de wensen van sociale partners.

Met meeste discussie had het bestuur over drie punten.

De eerste ging erover dat het bestuur niet wilde dat er groepen deelnemers zouden zijn die er bij de overgang naar het nieuwe pensioen op achteruit zouden gaan.

De tweede ging erover dat het bestuur ook niet wilde dat er te grote verschillen zouden ontstaan in de mate waarop verschillende groepen deelnemers er bij de overgang op vooruit zouden gaan.

En de derde ging over de toeslag- of indexatieachterstanden. Daarvan vond het bestuur dat die wel moesten meewegen in de besluitvorming over de overgang naar het nieuwe pensioen. Maar het bestuur vond dat dit niet hoeft te betekenen dat bij de overgang alle achterstanden volledig gecompenseerd zouden moeten worden.

Het bestuur kwam toen tot de conclusie dat het transitieplan vanwege deze punten moest worden bijgestuurd.

Want met dit plaatje kan laten zien wat het effect was van invaren volgens het oorspronkelijke verzoek van de sociale partners en of dit voldeed aan de uitgangspunten van het bestuur.

Daarvoor moet ik eerst uitleggen wat je hier ziet:

Dit plaatje laat zien hoe het nieuwe pensioen zich verhoudt tot jullie huidige pensioen als we dat ongewijzigd zouden laten doorlopen. De lijn geeft weer wat het huidige pensioen je kost en wat het oplevert, afgezet tegen wat het nieuwe pensioen kost en oplevert als we het transitieplan zouden uitvoeren. Zolang de lijn boven de nullijn ligt, kom je met het nieuwe pensioen op een beter pensioen uit dan het huidige.

In het standaardscenario dat het bestuur bekeek was de dekkingsgraad 117,4% en paste het bestuur de rekenfactoren van eind 2023 toe. Als de dekkingsgraad (zoals nu) hoger is, komt de lijn op het laagste punt lager uit en op het hoogste punt hoger.

Op de verticale as zie je met welk percentage het nieuwe pensioen beter of slechter uitpakt en op de horizontale as zie je bij welke leeftijd dat zo is.

Wat je vervolgens ziet, is dat er behoorlijke verschillen zijn tussen de verschillende leeftijdscategorieën in mate waarop zij erop vooruitgaan. En dat met name de leeftijdscategorie tussen 27 en 45 jaar er in het nieuwe pensioen in meer of mindere mate op achteruit gaat. En de verschillen tussen de leeftijdscategorieën worden dus groter bij hoger dekkingsgraden, zoals we die nu hebben.

Dat, terwijl het bestuur ernaar streefde om de lijn zo recht mogelijk te krijgen zodat er zo min mogelijk verschillen zouden ontstaan tussen de verschillende leeftijdscategorieën.

Daarom zocht het bestuur naar mogelijkheden om de verschillen te verkleinen. In overleg met de sociale partners is daarom het transitieplan op twee punten bijgestuurd.

De eerste bijsturing is licht in jullie voordeel. Die gaat over de manier waarop de hoogte van een invaarbonus wordt berekend. Dat is een verhoging van je pensioen door het toedelen van reserves van het fonds aan de deelnemers direct na de overgang naar het nieuwe pensioen. Door de berekeningsmethode te wijzigen worden de verschillen minder groot tussen de mate waarin jongeren en ouderen of gepensioneerden erop met het nieuwe pensioen op vooruitgaan.

De tweede bijsturing heeft grotere gevolgen voor jullie. Die gaat over aanpassing van de premiecompensatiestaffel. Daardoor komen jongere leeftijdscategorieën eerder in aanmerking voor premiecompensatie en is de hoogte ervan bij ouderen wat lager geworden. Dat was nodig omdat bleek dat de premiecompensatiestaffel bij sommige leeftijdscategorieën hoger was dan wettelijk toegestaan, terwijl anderen onvoldoende kregen, waardoor de compensatie niet goed genoeg werkte.

Kan je daar wat meer toelichting op geven?

Jazeker. Laten we dan eerst nog eens stil staan bij de vraag waarom premiecompensatie nodig isVoor iedereen wordt dezelfde premie betaald voor hetzelfde pensioen. Maar de premie die voor een jongere wordt betaald, is niet helemaal nodig voor dat pensioen. Dat komt omdat die premie nog lang kan renderen.

Daarom hevelen we een deel van de premie van die jongere over naar het pensioen van ouderen. Voor ouderen is de premie namelijk te laag om het pensioen te financieren.

Dat de premie van een jongere deels naar ouderen gaat is niet erg. Die jongere wordt immers zelf ook ouder en profiteert dan van de premie die de andere van jongeren weer bijdragen aan zijn of haar pensioen.

Maar met de komst van het nieuwe pensioen stopt dit.

Voor jongeren is dit meteen voordelig: zij gaan direct meer pensioen opbouwen omdat hun hele premie gebruikt wordt voor hun eigen pensioen.

Voor ouderen is dit nadelig. Zij hebben in het verleden meebetaald aan het pensioen van ouderen, maar nu zij zelf oudere zijn geworden, betalen jongeren niet meer mee aan hun pensioen.

De premiecompensatie heft dit nadeel voor de ouderen op.

Premiecompensatie is dus bedoeld om gemis van toekomstige pensioenopbouw compenseren. Als je bij SPF in de toekomst geen of minder pensioen opbouwt op, krijg je dan ook geen of minder compensatie.

Concreet betekent dat, dat als je géén premiecompensatie krijgt als je op 1 januari 2027 niet in dienst bent bij één van de bij het fonds aangesloten ondernemingen. Ga je ergens anders in dienst, dan krijg je het misschien wel bij je nieuwe werkgever, als die nog over moet gaan naar het nieuwe pensioen.

En omdat de hoogte van de premiecompensatie ook afhankelijk is van de hoogte van je salaris, krijg je minder premiecompensatie als je op 1 januari 2027 minder gaat werken, of bijvoorbeeld langdurig met verlof bent en je tijdens dat verlof geen pensioen opbouwt.

OK, tot zover wat meer achtergrond over de premiecompensatie. Nu terug naar hoe de premiecompensatiestaffel dan is aangepast.

Ja, dat kan je zien met dit plaatje:

Op de Y-as zie je hier welk percentage van je pensioengrondslag je er eenmalig bijkrijgt op het moment van invaren, op de X-as zie je hoe dat percentage verandert, afhankelijk van je leeftijd.

De groene lijn laat zien welke premiecompensatiestaffel eerst in het transitieplan stond. Je ziet dan dat werknemers vanaf 36 jaar recht kregen op premiecompensatie, Dat de omvang daarvan steeds toeneemt en zijn hoogtepunt bereikt bij werknemers van ongeveer 55 jaar, waar het percentage ongeveer 65 procent van de pensioengrondslag is. En dan zakt de hoogte weer tot 0 op je pensioenleeftijd.

Die staffel bleek dus enerzijds niet goed genoeg te voldoen aan waar premiecompensatie nodig is, en anderzijds met de gebruikte rekenregels niet te voldoen aan de wettelijk toegestane omvang.

De oranje lijn laat zien hoe de staffel nu is aangepast. Daardoor krijgen jongere werknemers al eerder recht op premiecompensatie en krijgen werknemers tot ongeveer 52 jaar een hoger compensatie. Oudere werknemers krijgen wat minder in vergelijking tot de oude staffel.

En dan terug naar waarom we dit allemaal deden.

Dit is weer het plaatje dat laat zien hoe verschillende leeftijdscategorieën erop vooruit of erop achteruit gaan met het nieuwe pensioen: Dan zie je met de oranje lijn welk effect het bijsturen van het transitieplan heeft: De verschillen tussen de leeftijdscategorieën zijn kleiner geworden. En de leeftijdscategorie die onder de nullijn zitten zit er maar net onder. Het bestuur vindt deze uitkomst daarom evenwichtiger.

Overigens zullen wij de berekeningen op verzoek van DNB nog actualiseren naar de situatie eind 2025. Daardoor zullen de lijnen wat anders komen te liggen, maar de conclusie dat bijsturen nodig was, zal daardoor niet veranderen.

Hoe komt het eigenlijk dat er verschillen zijn tussen de verschillende leeftijdscategoriën?

Dat heeft alles te maken met hoe het fondsvermogen bij de overgang naar hetn nieuwe pensioen wordt verdeeld.

In de huidige regeling zou deze buffer via jaarlijkse indexatie of inhaalindexatie niet meer volledige ten goede komen aan de oudere gepensioneerden. Doordat de buffer nu bij de overgang helemaal wordt verdeeld hebben oudere gepensioneerden daar het meeste voordeel van.

De middengroepen (en de jongeren) zouden bij continuering onder de huidige regeling juist meer terugzien van de buffer (die is namelijk bedoeld om ook voor jongeren in de toekomst voldoende reserve te hebben voor toekomstige toeslagen en om ze te beschermen tegen mogelijke kortingen in tijden dat het economisch slechter gaat). Doordat de buffer nu in een keer wordt toegedeeld, profiteren zij niet meer van die toekomstige doelstelling.

Nou dat plaatje helpt wel om het allemaal wat beter te begrijpen. Zijn we nu klaar om over te gaan naar het nieuwe pensioen in 2027

Nee nog niet.

Begin februari hebben we de stukken voor het invaren voorgelegd aan De Nederlandsche Bank. Die toetst of het bestuur zorgvuldig en evenwichtig tot het invaarbesluit zijn gekomen. Je moet je voorstellen dat het gaat om duizenden pagina’s aan onderbouwing daarvoor.

En nu moeten we afwachten of het bestuur groen licht krijgt van De Nederlandsche Bank om daadwerkelijk over te gaan naar het nieuwe pensioen.

De gesprekken zijn afgelopen maand opgestart. Het bestuur zal naar verwachting nog veel aanvullende vragen moeten beantwoorden en dat kan ook nog betekenen dat De Nederlandsche Bank om aanpassingen vraagt.

Zij willen het bestuur medio dit jaar uitsluitsel geven over de vraag of we op de door het bestuur geformuleerde manier over kunnen gaan naar het Pensioen27.

En dan kan de nieuwe regeling begin 2027 van start gaan.

Daarna kunnen wij voorlopige berekeningen gaan maken over wat het nieuwe pensioen voor iedere werknemer, oud-werknemer en pensioengerechtigde individueel betekent. Die voorlopige berekeningen kunnen wij je voor het eerst laten zien in november 2026. Dan krijg je dus een eerste indruk van de gevolgen voor je eigen pensioen.

Definitieve cijfers geven over je nieuwe pensioen kunnen we pas in de loop van 2027 geven. Die zijn namelijk afhankelijk van de financiële situatie van het fonds op 31 december 2026 en de vaststelling van de jaarrekening van SPF.

Dan krijg je ook te zien hoe hoog je pensioenpot is.

Tussen nu en november 2026 ontvangen deelnemers regelmatig bericht over het nieuwe pensioen van SPF, o.a. via de Communicatiecampagne Pensioen27.

Dat doen we met explainervideo’s waarin we verschillende onderwerpen toelichten die voor jullie belangrijk zijn.

en via narrowcasting, e-mails en informatiezuilen

en via de website.

Dus houdt je e-mail de komende tijd goed in de gaten!

Mooi. En als alles dus goed gaat, varen we 1 januari 2027 in.

Wat gebeurt er dan precies?

Dan gaan we de waarde van je pensioen berekenen. En die waarde storten we als startkapitaal in je eigen pensioenpot.

 Als ons fonds er financieel goed voorstaat, zoals nu het geval is, dan verhogen we op één januari eenmalig je startkapitaal met de invaarbonus. Hoe hoog die invaarbonus is, hangt af van de dekkingsgraad op dat moment en van de spelregels die zijn gemaakt over de verdeling van het vermogen van het fonds.

Oh, welke spelregels zijn dat dan?

Die spelregels zien er op hoofdlijnen als volgt uit:

Een deel van het vermogen moet volgens de wet gereserveerd blijven bij ons fonds. Dat kost ongeveer 2% van de dekkingsgraad.

Vervolgens krijgt iedereen de waarde van zijn pensioen als startkapitaal in zijn eigen pensioenpot mee. Dat kost 100% van de dekkingsgraad.

Dan is er 3,5% van de dekkingsgraad nodig om de premiecompensatie te financieren voor de deelnemers die er anders door de overgang naar het nieuwe pensioen op achteruit zouden gaan.

De volgende 2% van de dekkingsgraad is nodig om de solidariteitsreserve op het minimaal benodigde niveau te brengen. Zo zorgen we ervoor dat de kans heel erg klein is dat bij economische tegenslagen in de eerste 10 jaar de ingegane pensioenen zouden moeten dalen.

Dan zie je dat we minimaal een dekkingsgraad van 107,5 procent nodig hebben om goed te kunnen invaren. Bij een lagere dekkingsgraad moet opnieuw gekeken worden naar de evenwichtigheid omdat dan niet alle invaardoelen bereikt kunnen worden.

Als de dekkingsgraad zit tussen 107,5 procent en 111,5 procent dan gebruiken we de extra buffer om de solidariteitsreserve verder te vullen. Dan hebben we een robuuste reserve om ook op de lange termijn economische tegenvallers te kunnen opvangen.

Vanaf een dekkingsgraad van 111,5 procent kunnen we ieders pensioen gaan verhogen. Dat gebeurt dan eenmalig via een verhoging van je pensioenpot.

Ook hier geldt overigens dat deze verdeling nog niet vaststaat totdat DNB zijn oordeel over ons invaarbesluit heeft gegeven.

De hoogte van de dekkingsgraad bij invaren is dus voor iedereen heel belangrijk klikt door naar met verloop dekkingsgraad tot op heden.

Ja, en we verkeren de afgelopen tijd in de gelukkige omstandigheid dat de dekkingsgraad flink is gestegen. Vooral onder invloed van de rente die steeds hoger werd.

Door de oorlog die Israël en de Verenigde Staten startten in Iran en de daaruit voortvloeiende energiecrisis daalde de dekkingsgraad wat in maart, maar in april herstelde hij weer.

De dekkingsgraad kan dalen door een daling van de aandelenmarkten en door een daling van de rente.

Het bestuur heeft maatregelen genomen waardoor de dekkingsgraad minder meebeweegt met de economie en dus ook minder gevoelig is voor een eventuele economische crisis. Die maatregelen houden in dat het bestuur de afdekking van het renterisico heeft verhoogd en het aandeel beleggingen in zakelijke waarden heeft verminderd.

Het risico van een daling van de dekkingsgraad is niet helemaal afgedekt. De kosten daarvan zijn namelijk heel erg hoog. Het bestuur volgt de ontwikkelingen op de voet en heeft aanvullende maatregelen in voorbereiding als dat nodig is.

Hopelijk kunnen we de goede dekkingsgraad die we nu hebben vasthouden, maar gezien de geopolitieke omstandigheden is dat dus niet gezegd. Maar als we genoeg hebben om een invaarbonus toe te delen, hoe gaat dat het dan verder in zijn werk?

 Als we op 1 januari 2027 je huidige pensioen omzetten krijg je dus je eigen pensioenpot en daar komt dan de waarde van je pensioen in, de invaarbonus, de premiecompensatie voor de deelnemers die daarvoor in aanmerking komen, en als je eind 2026 nog een PPS-saldo hebt staan, komt dat er ook in.

Goed na al deze informatie over hoe we gaan invaren, willen mensen denk ik ook graag weten hoe die nieuwe pensioenregeling er dan uitziet. 

Ja, dat kan ik me voorstellen. Je hebt dus straks een pensioenpot met startkapitaal. Die pot ontwikkelt zich verder door inleg van premies voor het ouderdomspensioen en door rendement op beleggingen.

Goed om te weten dat van de premie die voor de werknemer wordt betaald eerst de risicopremies/kosten worden ingehouden. Daarna wordt de ‘netto-premie’ in de pensioenpot gestort

Verder ontwikkelt de pensioenpot bijvoorbeeld door het ‘bijplussen’ van verzekeringstechnische premies etc. waardoor die pot bij uitkeren nooit leeg kan raken als er uitkeringen uit gedaan worden.

Als je met pensioen gaat, zetten we je pensioenpot om in uitkeringen. Hoe hoog die uitkeringen zijn is afhankelijk van de einstand van je pensioenpot. En ook de rentestand is een belangrijke factor voor de hoogte van het pensioen. Bij een lage rente, krijg je ook een lagere uitkering, bij een hoge rente krijg je ook hogere uitkeringen.

Omdat je pensioen dus in een solidaire premieregeling meer meebeweegt met de economie, krijg je altijd te zien wat je pensioen is dat we verwachten. Dat doen we door 10.000 berekeningen te maken per individu met verschillend economische scenario’s.

Daar komt een verwacht pensioen uit. En je krijgt een scenario te zien als het langdurig economisch heel erg tegenzit, en als het langdurig heel erg meezit. De kans dat je pensioen op die twee uitersten uitkomt is niet zo groot. De kans is groter dat je links of rechts van het verwachte pensioen uitkomt.

Natuurlijk wil het bestuur van ons fonds een goede balans vinden tussen de kans dat je in het goed weer scenario uitkomt en het risico beperken dat je in een slecht weer scenario uitkomt.

Daarom zoekt het bestuur voor iedereen naar een goede balans tussen de kans op het halen van een goed rendement, en beperking van het beleggingsrisico.

Dat doet het bestuur door te kijken naar de risicohouding van de verschillende groepen deelnemers.

Voor jongeren kan je met meer risico beleggen met de kans op hoger rendement omdat jongeren eventuele tegenvallers in de toekomst nog kunnen opvangen.

Naarmate deelnemers ouder zijn, beschermt het bestuur ze steeds meer tegen het beleggings- en het renterisico door minder risicovol te beleggen.

Naast het meebewegen met de economie heeft de nieuwe regeling nog een ander kenmerk: De solidariteitsreserve.

Die is bedoeld om ingegane pensioenen te beschermen tegen economische tegenslag.

De solidariteitsreserve wordt direct bij invaren gevuld. Als de dekkingsgraad hoog genoeg is tot de maximaal benodigde omvang.

Hij wordt aangesproken om zoveel mogelijk te voorkomen dat ingegane pensioenen moeten dalen bij economische tegenslagen. En hij wordt aangevuld in economisch goede tijden.

Via het rendement draagt iedereen dus bij aan het op niveau houden van deze reserve.

OK, dat zijn dus wat belangrijke basiselementen van de nieuwe regeling. Maar kunnen we nu wat concreter worden over de gevolgen van dat nieuwe pensioen voor iedereen die hier nu zit?

In ieder geval kan iedereen die hier nu zit en nog pensioen bij een ander pensioenfonds of verzekeraar heeft staan, nadenken over de vraag of het gunstig is dat pensioen voor 2027 alsnog naar SPF te halen. Invaren doe je namelijk het liefst bij het fonds met de hoogste dekkingsgraad. Daarover hebben jullie afgelopen maand een mail gehad en kunnen jullie een explainervideo bekijken op de website.

Verder is het goed om na te denken over je PPS-saldo als je dat hebt. Vanaf je 60ste kan je ervoor kiezen om dat nog voor 2027 in te laten gaan, naast je salaris. Daarna kan dat niet meer. Over de vraag of het voor jou zinvol is om je PPS-saldo voor of na het jaareinde in te laten gaan, komt binnenkort een explainervideo. Dus houdt je e-mail goed in de gaten.

Én het is goed om na te denken over de ingangsdatum van je pensioen, als je overweegt binnen kort te stoppen met werken. Ook hierover komt een communicatiecampagne waarop we je attenderen via de e-mail.

Overweeg je dit jaar minder te gaan werken, langdurig verlof op te nemen of van baan te wisselen, neem dan in je afwegingen mee of dit gevolgen heeft voor je recht op premiecompensatie. Ook daarover starten we voor de zomer nog een communicatiecampagne.

Doe je mee aan nettopensioenregeling?

Die regeling blijft wel bestaan, maar ons eigen fonds kan hem niet meer met passende dienstverlening en tegen acceptabele kosten uitvoeren. Daarom zal de nettopensioenregeling overgaan naar Centraal Beheer PPI. Die partij biedt op hoofdlijnen dezelfde regeling aan. Eind mei of begin juni krijgt iedereen die in aanmerking komt voor de netto pensioenregeling daarover informatie van zijn werkgever.

Ik begreep dat er ook wat veranderingen komen in het partner- en wezenpensioen.

Ja.

En dat heeft voor verschillende werknemers verschillende gevolgen.

Zo wordt het partnerpensioen beter voor werknemers die op latere leeftijd in dienst zijn gekomen bij SPF, en wordt het juist wat minder hoog voor jonge werknemers.

Maar het wezenpensioen wordt juist voor iedereen weer wat hoger.

En met name voor werknemers die al lang in dienst zijn en al behoorlijk wat partner- en wezenpensioen hebben opgebouwd, wordt het partnerpensioen behoorlijk hoger.

Ook hiervoor zullen zetten wij in de eerste helft van dit jaar een campagne op in het kader van Pensioen27. Na die campagne heb je genoeg informatie om voor je eigen situatie te zien hoe het partner en wezenpensioen verandert en of je wat moet doen.

Dan hebben we het ouderdomspensioen, het nettopensioen, de PPS en het partner en wezenpensioen aangestipt. En dan hebben we nog één pensioensoort niet besproken: het arbeidsongeschiktheidspensioen.Klopt en daar kunnen we heel kort over zijn, daar verandert eigenlijk niets aan, behalve dat de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ook gaan meebewegen met de economie.

Zullen we dan voor de mensen die hier naar kijken en wiens pensioenleeftijd nadert, ook nog even kijken wat er verandert als je pensioen eenmaal is ingegaan? Ja, daar kunnen we het volgende over zeggen: Ook het pensioen dat is ingegaan komt uit je pensioenpot, waarvan we eerder al zeiden dat die nooit leegraakt.

En dat pensioen beweegt dus ook mee met de economie.

Het bestuur streeft ernaar de ingegane pensioenen op de lange termijn koopkracht behouden. We zeggen op de lange termijn, omdat van jaar op jaar het kan zijn, dat je pensioen de prijsstijgingen niet helemaal volgt. De stijging van je pensioen is namelijk niet meer gekoppeld aan prijsstijgingen maar aan de beleggingsresultaten van het fonds.

Het bestuur zoekt een balans vinden tussen het streven naar koopkrachtbehoud, en het beperken van het beleggingsrisico om de kans zo klein mogelijk houden dat pensioenen moeten dalen.

Dat doet het bestuur via het beleggingsbeleid, het spreiden van financiële schokken over drie jaar, en de Inzet van de solidariteitsreserve.

De werking van die laatste 2 kan ik met een voorbeeldje duidelijk maken:

Stel dat we na de overgang naar het nieuwe pensioen in 2027 een rendement halen van 6 procent. Dan keren we met toepassing van de spreidingstermijn die 6 procent niet in één keer uit, maar in 3 jaar. Je krijgt dan in 2027 een verhoging van je uitkering met 2 procent en 4 procent reserveren we voor het volgende jaar.

In 2028 halen we dan misschien een rendement van 5 procent. We hebben nog 4 procent op de lat staan, dus het rendement dat we kunnen toedelen is dan 9 procent. Die spreiden we weer over 3 jaar, dus je uitkering wordt verhoogd met 3 procent. Op de lat staat dan nog 6 procent.

In 2029 zit het tegen en halen we een negatief beleggingsresultaat van min 9 procent. Dit is trouwens niet heel realistisch omdat het bestuur voor gepensioneerden behoorlijk risicomijdend belegt, maar zo zie je goed hoe de spreidingstermijn werkt.

Van de voorgaande jaren stond nog op de lat 6 procent. Die voegen we in 2029 toe aan het negatieve rendement waardoor het beleggingsverlies uitkomt op min 3 procent. Ook die verdelen we weer over 3 jaar, waardoor je uitkering met 1 procent zou moeten dalen.

En dan komt de solidariteitsreserve om de hoek kijken. Want dan halen we daar uit wat ervoor nodig is om de daling van het pensioen te voorkomen zolang die reserve hoog genoeg is.

Dit was veel informatie in één keer. We kunnen ons voorstellen dat je nog vragen hebt. Onder deze slideshow staan de vragen die tijdens de deelnemersbijeenkomsten zijn gesteld. Grote kans dat jouw vragen daar ook bij staan.

We zullen de komende tijd ook communicatiecampagnes inzetten voor werknemers die binnenkort met pensioen willen gaan en zich afvragen of ze dat beter voor of na één januari twintigzeventwintig kunnen doen, en welke keuzes ze kunnen maken met hun PPS saldo in de aanloop naar het nieuwe pensioen.

Ook zal er een communicatiecampagne komen over het recht op premiecompensatie en over het nabestaandenpensioen.

En er loopt nu een campagne over de vraag of het beter is om pensioen dat je nog ergens anders hebt staan over te brengen naar ons fonds, of je pensioen mee te nemen als je in 2026 van baan wisselt.

Zo wil het bestuur je helpen om waar het kan je te helpen met het maken van keuzes en je goed geïnformeerd het Pensioen27 in te laten gaan.


Veelgestelde vragen

  01. Algemeen

Hoe worden schommelingen in pensioenuitkeringen opgevangen binnen Pensioen27?

 
Schommelingen in pensioenuitkeringen worden binnen Pensioen27 op twee manieren opgevangen:
  • financiële schokken worden over drie jaar gespreid
    • Dat betekent dat een grote stijging of daling van het pensioen niet in één keer wordt doorgevoerd. Het effect wordt verdeeld over drie jaar, zodat veranderingen in je pensioen geleidelijker gaan.
  • de solidariteitsreserve kan worden ingezet om dalingen zoveel mogelijk te beperken
    • De solidariteitsreserve wordt ingezet bij economische tegenvallers, vooral om te voorkomen dat ingegane pensioenen moeten dalen. Dat gebeurt alleen als de reserve op dat moment groot genoeg is.De solidariteitsreserve wordt ingezet bij economische tegenvallers, vooral om te voorkomen dat ingegane pensioenen moeten dalen. Dat gebeurt alleen als de reserve op dat moment groot genoeg is.

 

Verandert het arbeidsongeschiktheidspensioen in Pensioen27?

 
Aan het arbeidsongeschiktheidspensioen verandert bijna niets. Wel gaat de uitkering binnen Pensioen27 meebewegen met de economie. Daardoor kan de hoogte van de uitkering in de toekomst veranderen.

Welke mijlpalen waren er op weg naar Pensioen27?

 

We zijn op weg naar een nieuw pensioen dat beter past bij deze tijd. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. De werkgevers en de vakbonden (sociale partners) kijken heel zorgvuldig naar de gevolgen van het nieuwe pensioen voor iedereen die een pensioen heeft bij SPF, of dat pensioen nu al is ingegaan of nog niet. De sociale partners streven ernaar dat het nieuwe pensioen op 1 januari 2027 ingaat.

Hieronder zie je welke stappen daarvoor al zijn gezet en welke nog moeten worden gezet: 

2 mei 2025 definitief transitieplan
30 januari 2026 opdrachtaanvaarding en invaarbesluit van bestuur na advies VO en goedkeuring RvT
5 februari 2026 indienen fondsdocumenten bij DNB
1 oktober 2026 verwacht oordeel DNB over invaarbesluit
november 2026
iedereen met een pensioen bij SPF ontvangt een prognoseberekening van het nieuwe pensioen.
1 januari 2027
het nieuwe pensioen gaat in.
eerste helft 2027

iedereen met een pensioen bij SPF ontvangt een definitieve berekening van het nieuwe pensioen.

  02. Pensioen27 - Premiecompensatie

Maakt het uit of je vóór of na 1 januari 2027 met pensioen gaat?

 

Ja, dat maakt verschil.

Ga je vóór 1 januari 2027 met pensioen? Dan kun je nog premiecompensatie krijgen.
Ga je op of na 1 januari 2027 met pensioen? Dan krijg je geen premiecompensatie meer.

Wat is premiecompensatie?

 
Premiecompensatie is een vergoeding voor werknemers die door de overgang naar Pensioen27 minder toekomstige pensioenopbouw zouden hebben. In de huidige regeling betalen jongeren namelijk deels mee aan de pensioenopbouw van ouderen. In Pensioen27 stopt dat. Daardoor bouwen jongeren meteen meer op voor zichzelf, maar missen oudere werknemers juist een deel van de opbouw waarop zij eerder wel konden rekenen. Premiecompensatie is bedoeld om dat nadeel te compenseren.
 
Als je op 1 januari 2027 niet meer in dienst bent bij een aangesloten werkgever, bouw je bij SPF ook geen pensioen meer op. Dan loop je dat toekomstige nadeel bij SPF dus niet meer op, en krijg je daar ook geen premiecompensatie voor.
  04. Pensioen27 - Nabestaandenpensioen

Kan je in het nieuwe pensioen op de pensioendatum nog steeds kiezen voor ruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen?

 

Ja, dat kan nog steeds.

Als je met pensioen gaat, kun je (net als nu) kiezen om je partnerpensioen helemaal of voor een deel om te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Dit kan bijvoorbeeld als je geen partner hebt, of als je partner zelf voldoende inkomen heeft.

Maak je deze keuze, dan krijgt je partner na jouw overlijden geen of minder partnerpensioen.

Meer over deze keuze lees je op de website:
Lees meer over uitruil partnerpensioen

Wat verandert er met de komst van Pensioen27 in het partner- en wezenpensioen?

 
Met de komst van Pensioen27 verandert er iets in het partner- en wezenpensioen. Wat dit precies betekent, verschilt per situatie. Voor sommige werknemers wordt het partnerpensioen gunstiger, terwijl het voor andere werknemers juist wat lager wordt. Het wezenpensioen wordt voor iedereen hoger.
 
Er volgt nog een campagne waarin het nabestaandenpensioen binnen Pensioen27 verder wordt uitgelegd. Houd daarvoor onze tegel Nieuw Pensioen in de gaten.
  05. Pensioen27 - Met pensioen gaan

Wat verandert er als je pensioen al is ingegaan binnen Pensioen27?

 
Ook als je al met pensioen bent, krijg je binnen Pensioen27 een eigen pensioenpot en gaat je pensioen meebewegen met de economie. Dat betekent dat je pensioen in de toekomst kan stijgen, maar het kan ook dalen. Het bestuur probeert de koopkracht op lange termijn zo goed mogelijk te behouden.